Het begin...
De Chinese gemeenschap in Nederland is net een grote lappendeken. De ongeveer 100.000 Chinezen in Nederland hebben dan ook niet allemaal dezelfde achtergrond. Zij komen uit Hongkong, Indonesië, Maleisië, Singapore, Suriname en natuurlijk uit China zelf. De geschiedenis van een divers gezelschap.
Rond het einde van de negentiende eeuw kwamen de eerste Chinezen naar Nederland. De meeste Chinezen kwamen in deze tijd uit de Zuid-Chinese provincie Guangdong uit het district Bo On. Voordat Hongkong in 1842 'in bruikleen' werd gegeven aan de Britten viel het eiland onder de verantwoordelijkheid van Bo On dat het gebied bestreek rond de monding van de Parelrivier. Veel mensen uit Bo On kwamen op de Britse kroonkolonie af omdat zij opzoek waren naar werk. Toen de scheepvaart aan het begin van de twintigste eeuw opbloeide, huurden de Britse scheepvaartbedrijven goedkope Chinese werkkrachten in om te werken op schepen die vanuit Hongkong naar Europa vertrokken. Zo kwamen mensen uit Bo On als zeelui via de haven van Rotterdam in Nederland terecht.
Een tweede groep kwam begin twintigste eeuw naar Nederland en was afkomstig uit de districten Wenzhou en Qingtian, gebieden die in de huidige Zhejiang provincie liggen in de buurt van Shanghai. Hun komst wordt verklaard door een legende. De bergen in Qiangtian bevatten namelijk zeepsteen, een steensoort die uitermate geschikt is om er kleine beeldjes en snuisterijen van te maken. Het verhaal gaat dat een man uit Qiangtian in de lente van 1914 een zo'n beeldje aanbood aan de toenmalige Nederlandse koningin. Zij was er zo verrukt van dat dergelijk beeldjes een rage werden onder de rijke Nederlandse burgers. Op deze manier verdiende de man die de beeldjes verkocht heel wat geld. Het is natuurlijk maar de vraag of dit verhaal waar is. Het is echter wel waarschijnlijk dat een dergelijk succesverhaal veel mensen uit Qiangtian inspireerde om ook in Europa hun geluk te beproeven. Dit voorbeeld werd gevolgd door een hele stroom mensen uit het aan Qiantian grenzende districht Wencheng.
Een derde groep die rond dezelfde tijd voet op Nederlandse bodem zette, waren Chinezen uit Nederlands-Indië. Ook wel Peranakan Chinezen genoemd. De Peranakan spraken meestal Maleis en hadden na een langdurig verblijf in Indonesië de gewoonten van de lokale bevolking overgenomen. Toch werden zij door de lokale bevolking en zichzelf als Chinezen beschouwd.
Een deel van deze Chinezen, die in Indonesië van rijke families afstamde, genoten in Nederland een opleiding. Op deze manier studeerden tussen 1911 en 1940 ongeveer 900 Peranakan Chinezen in Nederland. Met de dreiging van de oorlog nam hun aantal namelijk flink af. Ook voor de Guangdong en Zhejiang Chinezen was het een moeilijk periode. Om toch iets te verdienen probeerden zij pindakoekjes te verkopen.
Na de Tweede Wereldoorlog...
Na de Tweede Wereldoorlog schoten de Chinese restaurants overal als paddenstoelen uit de grond. De jaren zestig en zeventig waren hoogtijdagen voor deze business. De restaurants draaiden zo goed dat er een tekort dreigde aan arbeidskrachten. In eerste instantie kwamen vrienden en familie uit de geboortedorpen over. Maar na de stichting van de Volksrepubliek China in 1949 die een strikte controle van de emigratie tot gevolg had, werd dit steeds moeilijker. Voor de werving van werkkrachten werd hierdoor voortaan in Hongkong gezocht.
Naast deze Chinezen uit Hongkong kwamen er in dezelfde periode ook kleinere groepen uit andere landen naar Nederland. Hieronder vallen de remigranten uit Singapore en Maleisië. Veel Wenzhou Chinezen waren begin twintigste eeuw naar Singapore gemigreerd, maar verhuisden weer naar Nederland door de verhalen over de goede economische mogelijkheden in het land.
Ook Peranakan Chinezen kwamen na de onafhankelijkheidsverklaring van Indonesië naar Nederland. De onzekere politieke situatie in de voormalige kolonie zorgde ervoor dat in 1957 rond de 1400 Peranakan Chinezen in Nederland woonden. Later liep dit aantal nog wat op. In de periode tussen 1975 1982 werd bovendien een aantal Chinezen uit Vietnam als politieke vluchteling opgenomen. Weer een andere groep wordt gevormd door de Chinezen uit Suriname. Hun aantal wordt geschat op ongeveer 4000.
Verschillen?
Hoewel al deze mensen Chinezen genoemd kunnen worden, zijn er tussen deze groepen duidelijk verschillen. De grootste groep, die gevormd wordt door de mensen uit Guangdong en Hongkong, richt zich bijvoorbeeld voornamelijk op de 'Hongkong cultuur', terwijl de mensen uit Wenzhou en Qingtian, die ook een heel ander Chinees dialect spreken, meer georiënteerd zijn op het vasteland van China. Vrijwel alle Peranakan Chinezen spreken daarentegen helemaal geen Chinees meer, maar zijn meer bekend met de Indonesische taal en cultuur omdat zij al generaties lang in dit land wonen. Over het algemeen zijn deze mensen niet terecht gekomen in de restaurant-business, maar zijn met hun goed opleidingen voornamelijk terug te vinden in beroepen als arts, tandarts of ingenieur. De Surinaamse Chinezen zijn in tegenstelling tot de Peranakan weer wel de eerste of tweede generatie die uit China is geëmigreerd.
Na 1976...
Eind 1976 overleed China's communistische leider Mao Zedong. Zijn dood maakte de een meer open politiek mogelijk waardoor mensen makkelijker naar het buitenland konden vertrekken.Dit leidde tot een nieuwe emigratiegolf van het vasteland van China naar Europa. Bovendien was het door het gezinsherenigingsbeleid van de immigratielanden makkelijk om familie over te laten komen. Eind jaren '80 werd het beleid weer aangescherpt, maar gezien de cijfers van het CBS en de verhalen in de media over mensensmokkel is de migratiestroom van het Chinese vasteland nog lang niet gestopt.
Onze dank aan de bijdrage van Yusan Wu...
Bronnen:
- Li Minghuan, 'We need two worlds' Chinese immigrant associations in a western society, Amsterdam university press, 1999
- Centraal Bureau voor de Statistiek
- Sterling Seagrave, Lords of the Rim, Corgi Books, 1996
Meer informatie:
- Ria Vogels, a.e., De maatschappelijke positie van Chinezen in Nederland, Van Gorcum & Comp., Assen 1999.
- Paul Geense en Trees Pels, Opvoeding in Chinese gezinnen in Nederland, Van Gorcum & Comp., Assen 1998.
- Gregor Benton en Hans Vermeulen, De Chinezen, Migranten in de Nederlandse samenleving, Dick Coutinho, Muiderberg 1987.
- Carel Tenhaeff, e.a., Chinese ouderen, NIZW Uitgeverij, Utrecht 1998.
Er zijn nog geen reacties, plaats als eerste een reactie!
Je moet ingelogd zijn om een reactie kunnen te plaatsen...
